Geschiedenis van Horex

Duik in de rijke geschiedenis van Horex motoren

Bedrijfsgeschiedenis
1923 – 1960
DE BEDRIJFSGESCHIEDENIS
© Dieter Wendler

1920
Friedrich Kleemann, Kommerzienrat en grootaandeelhouder van de REX-conservenglasmaatschappij in Bad Homburg, kocht de Columbus-Motorenbau AG, een kleine motorenfabriek in het naburige Oberursel am Taunus. Deze vormde de feitelijke oorsprong van de latere HOREX-fabrieken.

Een product van deze motorenfabriek was een hulpmotor voor fietsen, een kleine viertaktmotor met kopkleppen, die vóór het traplager werd bevestigd. De “GNOM” uit Oberursel (in de volksmond een afkorting van: “Geht Nicht Ohne Mittreten” – gaat niet zonder meetrappen) had de constructiekenmerken van een vliegtuigmotor. Een stalen cilinder uit één stuk, die met schroefdraad in het lichtmetalen carter werd geschroefd. Hij leverde 1 pk uit 63 cc bij 2500 t/min. In een schuurtje op het ouderlijk erf begon zoon Fritz Kleemann met de eerste voertuigmontage. Hij kocht fietsen en rustte deze uit met de door Columbus geleverde GNOM-motor. Van HOREX kon toen echter nog geen sprake zijn.

1923
Fritz Kleemann, inmiddels al lang uit het vaderlijke conservenbedrijf gestapt, richtte de HOREX-FAHRZEUGBAU AG op. Bij de naamgeving gebruikte de pas 24-jarige directeur de eerste letters van zijn woonplaats Homburg en vulde deze aan met het handelsmerk REX, waarvan hij het mede-gebruik had gevraagd.
Vanwege de economische moeilijkheden was Fritz Kleemann in de beginjaren tegelijk directeur en bedrijfsleider, inkoper én verkoper. In de weekenden was hij als coureur actief om met sportieve successen reclame te maken voor zijn producten. Al in het oprichtingsjaar ontstond de eerste echte HOREX, een 248 cc-machine met kopkleppen, die zich meteen in de sport moest bewijzen. Deze vooruitstrevende sportmotor, met een lichtmetalen cilinder en ingekrompen loopbus, bezorgde Fritz Kleemann menige overwinning en legde daarmee de sportieve traditie van de fabriek in Homburg vast. In het algemeen werd de ontwikkeling van HOREX-motorfietsen sterk beïnvloed door ervaringen uit de racerij en het testbedrijf. Dit kwam ook tot uiting in het principe:
“Gebouwd door motorrijders voor motorrijders.”

1925
Om de financiële problemen van de twee nauwelijks nog levensvatbare bedrijven op te lossen, bracht Fritz Kleemann een fusie tussen COLUMBUS en HOREX tot stand. De juistheid van deze maatregel werd in de daaropvolgende jaren bevestigd door de ontwikkeling van het bedrijf. Geleidelijk ontstond een productprogramma van 250 tot 800 cc, dat zowel de technische ontwikkeling als de economische situatie weerspiegelde. Het liep van de zijklep-600 cc-langeslagmotor, die zich met een lichtmetalen cilinderkop en ingekapselde kleppen aanpaste aan de toenemende eisen, via kleinere hoogvermogen-kopklepmotoren tot aan de 600 cc-kopklep-vierklepper in de “S 64”.

1938
In dit jaar ontstond de 350 cc-langeslagmotor die zijn tijd ver vooruit was: de “SB 35”. De productie van deze motor, die ook aan Victoria werd geleverd voor de KR35, liep door tot het begin van de oorlog.
Tijdens de oorlog moest de motorfietsproductie echter worden stilgelegd, omdat HOREX in de wapenindustrie werd ingeschakeld. De bedrijfsinstallaties bleven gespaard van oorlogsschade, zodat kort na het einde van de oorlog de productie weer kon worden hervat.

1948
De productie van motorfietsen zelf was echter pas vanaf dit jaar weer mogelijk. Als eerste Duitse motorfietsfabriek kregen de HOREX-werken van de geallieerden toestemming om motorfietsen met meer dan 125 cc te produceren. Wat lag meer voor de hand dan te starten met het vooroorlogse model SB34?

1950
De doorontwikkeling van de SB35, de “Regina”, kwam op de markt. Deze buitengewoon mooie motorfiets met de volwassen 350 cc-eencilindermotor was het succesvolste model dat HOREX ooit produceerde. Met haar stegen omzet, exportaandelen en personeelsaantallen.

1953
In dit jaar was de Regina de best verkochte 350 cc-motor ter wereld. Elke vierde machine ging naar de export. De Regina-modelreeks was al eerder uitgebreid met een 250 cc-machine voor de export; later volgde een 400 cc-versie voor zijspanbedrijf.

1954
Aan het einde van het jaar presenteerde HOREX zijn seriemodel “Imperator”. Helaas kwam deze prachtige machine met 400 cc-motor en 26 pk bij 5800 t/min te laat op de markt. Kleemann probeerde voet aan de grond te krijgen op de Amerikaanse markt met een 446 cc-Imperator. Dit elegante model, met achter- en voorvering met schommelarmen, zou via de in de VS goed gevestigde Zündapp-dealers onder de modelnaam “Citition” worden verkocht. Helaas mislukte deze poging.

1955
Soortgelijke afzetproblemen waren er met de opvolger van de Regina, de “HOREX-Resident”. Dit model met zijn fraai vormgegeven 250- respectievelijk 350 cc-motor werd geboren in een periode van sterk teruglopende productieaantallen. Modellen van dit type waren daarom nog tot in de jaren zestig verkrijgbaar, naast de kleine HOREX-Rebell met zijn 100 cc-Fichtel & Sachs-inbouwmotor. Maar ook met deze kleine machine kon HOREX de moeilijke marktsituatie niet overwinnen.

1956
Produceerde HOREX slechts 2790 motorfietsen. Dit was nog maar 15% van de productieaantallen van het topjaar 1953. HOREX werd gedwongen de motorfietsproductie te staken en produceerde voortaan onderdelen voor Daimler-Benz.

1960
Op 1 oktober vond de volledige overname van de fabrieksinstallaties door het Daimler-Benz-concern plaats. Daarmee verdween een bedrijf van de internationale motorfietsmarkt dat er aanspraak op kon maken een stukje geschiedenis in de motorfietsindustrie te hebben geschreven.

De “GNOM” uit Oberursel (in de volksmond de afkorting voor: “Geht Nicht Ohne Mittreten”

HOREX zijn seriemodel “Imperator”

Modellen tot 1945

Modellen tot 1945

Modellen tot 1945

Modellen na 1945